Programma's

2. Positieve gezondheid, participatie en preventie

Wat willen we bereiken

Wat willen we bereiken

Positieve gezondheid, zelfredzaamheid en volwaardig mee kunnen doen raakt onze inwoners. We stimuleren de zelfregie en eigen kracht van mensen. Met maatschappelijke partners, werkgevers, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen staan we inwoners hierin ter zijde. Dit gebeurt in de vorm van voorlichting en preventie, vroeg-signalering en het verlenen van (thuisnabije) zorg als dit nodig is. Het gebieds- of kerngericht werken versterken we, zodat we dichtbij onze inwoners en hun leefomgeving ondersteuningsvragen snel kunnen signaleren en adequater aan kunnen pakken. Iedereen mag er zijn en vanuit goed burgerschap wordt daar verantwoord, respectvol en gewetensvol mee omgegaan.

Samen richten we ons op de pijlers die bijdragen aan de kwaliteit van leven en een betekenisvol bestaan.

Wat hebben we bereikt

In 2025 is binnen het sociaal domein gewerkt aan vernieuwing van de ondersteuning aan inwoners én aan versterking van de organisatie en de financiële sturing. Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen en resultaten op hoofdlijnen weergegeven.

1. Inleiding vanuit bestuurlijke visie

In 2025 is binnen het sociaal domein gewerkt vanuit de ambitie om inwoners op tijd, passend en dichtbij huis te ondersteunen. Daarbij is gekeken naar de samenhang tussen zorg, participatie en bestaanszekerheid. Waar dat kon, is ingezet op eigen kracht en ondersteuning in de directe leefomgeving. Waar dat nodig was, is passende hulp geboden. Tegelijkertijd is gewerkt aan meer grip op de uitvoering en de financiën, zodat het sociaal domein ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar blijft.

2. Visie sociaal domein en regionale samenwerking jeugdhulp

In 2025 is verder gewerkt aan een nieuwe koers voor het sociaal domein: minder versnippering en meer samenhang in de ondersteuning aan inwoners. Daarbij staan niet alleen zorg en problemen centraal, maar ook gezondheid, meedoen en het gewone leven van inwoners. Deze beweging is uitgewerkt in een herijkte visie langs drie lijnen: het versterken van de sociale basis, het opbouwen van een stevig integraal lokaal team en het gerichter inzetten van specialistische hulp. Daarmee verschuift de focus van losse maatregelen en kostenbeheersing naar preventie, samenredzaamheid en maatschappelijk effect. In regionaal verband werkt de Regionale Samenwerking Jeugdhulp (RSJ) IJsselland aan een gezamenlijke koers voor de jeugdhulp. Die is gericht op het borgen van de beschikbaarheid en continuïteit van specialistische zorg, het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en het vergroten van de lokale regie op toegang en uitvoering. Zo wordt toegewerkt naar een sociaal domein waarin ondersteuning zo licht mogelijk en zo zwaar als nodig wordt ingezet.

3. Resultaten fase 1: grip, efficiency en versterking uitvoering

In 2025 is fase 1 van het verbeterprogramma sociaal domein uitgevoerd. Het doel van deze fase was om snel meer grip te krijgen op processen, budgetten en uitvoering, en tegelijk concrete verbeter- en besparingsmogelijkheden in beeld te brengen. Dat heeft geleid tot beter inzicht in gebruik, kosten en sturingsmogelijkheden binnen Jeugd, Wmo en Participatie. Ook zijn processen scherper ingericht en zijn de eerste verbeteringen in de financiële beheersing doorgevoerd. De ruimte die hierdoor is ontstaan, is bewust ingezet voor extra menskracht binnen het sociaal domein. Daarmee is een belangrijke basis gelegd voor een sterker en beter samenwerkend sociaal domein in 2026 en de jaren daarna.

4. Start fase 2: versterking van het lokale, integrale team

Voortbouwend op de resultaten van fase 1 is in 2025 gestart met fase 2. In deze fase ligt de nadruk op het versterken van het eigen uitvoerende vermogen van de gemeente binnen het sociaal domein. Het doel is om meer ondersteuning zelf en dichtbij inwoners te organiseren, bijvoorbeeld via gezinscoaches en andere generalistische functies. Daardoor kan eerder hulp worden geboden en kan meer in samenhang worden gewerkt. Waar mogelijk helpt dit ook om zwaardere specialistische hulp te voorkomen. Dat vraagt om andere werkwijzen, goede samenwerking tussen disciplines en verdere versterking van het lokale team. Tegelijkertijd is dit een belangrijke stap naar een sociaal domein dat beter werkt voor inwoners en beter houdbaar is voor de toekomst. Deze ontwikkeling krijgt ook vorm in kerngericht en lokaal zichtbaar werken, onder meer via bestaande voorzieningen in de kernen en de pilot Kerngericht Werken in Zwartsluis. Daar worden ondersteuningsvragen eerder gezien en sneller gezamenlijk opgepakt.

5. Doorontwikkeling schulddienstverlening en bestaanszekerheid

In 2025 is binnen de schulddienstverlening een pilot gestart om de uitvoering meer in eigen beheer te organiseren. Daarmee wordt toegewerkt naar een aanpak die beter aansluit bij de lokale situatie en bij de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek. Ook is gewerkt aan het versterken van bestaanszekerheid. Zo is een inwonersonderzoek voorbereid onder circa 1.300 huishoudens naar de bekendheid, het bereik en de toegankelijkheid van regelingen. Daarnaast is meer zicht ontstaan op het gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen. Die inzichten worden benut om in 2026 gerichter te werken aan een beter bereik van regelingen. In 2025 is ook verdere invulling gegeven aan de bredere aanpak van armoede en schulden, onder meer via betere informatie en ondersteuning, bijvoorbeeld met Geldfit, een platform waarmee inwoners financiële tips en adviezen kunnen krijgen, en gerichte informatie over kostenbesparende maatregelen. Tegelijkertijd is sprake van een beperkte maar gestage groei van het aantal bijstandsuitkeringen. Dat laat zien dat tijdige ondersteuning en goede begeleiding naar participatie en werk nodig blijven.

6. Financiële sturing, inzicht en realistischer begroten

In 2025 is een grote stap gezet in het verbeteren van het financiële inzicht in het sociaal domein. Informatie die eerder versnipperd beschikbaar was, is nu meer in samenhang gebracht. Met het Sociaal Domein Kompas en Radar is beter zicht ontstaan op realisatie, verplichtingen en verwachtingen voor de toekomst. Gegevens uit LIAS en Suite zijn daarbij gekoppeld aan informatie over indicaties, zorggebruik en bevolkingsontwikkelingen. Daardoor kan niet alleen worden gekeken naar wat is uitgegeven, maar ook naar waardoor kosten ontstaan en hoe die zich ontwikkelen. Dat helpt om gerichter te sturen en keuzes beter te onderbouwen. De verbeterde inzichten hebben ook geleid tot realistischer begroten, omdat ramingen beter aansluiten op daadwerkelijk gebruik en trends. Een deel van de informatie is nog in ontwikkeling en onzekerheden blijven bestaan. Toch is in 2025 een stevige basis gelegd voor beter voorspelbare en beter beheersbare financiële sturing.

7. Vooruitblik 2026

In 2026 wordt verder gebouwd op wat in 2025 is neergezet. De focus ligt op verdere versterking van het integrale team, het verbeteren van de toegang en meer grip op instroom. Ook krijgt de structurele inrichting van de schulddienstverlening vervolg en wordt de financiële sturing verder versterkt. De samenwerking in de regio wordt verder uitgebouwd, vooral op het gebied van jeugdhulp. Daarnaast wordt gewerkt aan een sociaal domein waarin preventie, positieve gezondheid en kerngericht werken steeds meer onderdeel worden van de dagelijkse praktijk, in samenhang met welzijn, onderwijs en bestaanszekerheid. Stap voor stap wordt zo gewerkt aan een sociaal domein dat goed aansluit bij wat inwoners nodig hebben en dat ook op langere termijn houdbaar blijft.

Lasten & baten

34.796

41,1%

11.878

13,1%

Deze pagina is gebouwd op 06/11/2026 10:34:54 met de export van 06/10/2026 17:21:39